2.1.7 Informatiedragers

Om informatie uit te kunnen wisselen, is het gebruik van een of meer informatiedragers (media) noodzakelijk. Ieder medium kent voors en tegens en beinvloedt de kwaliteit van communicatie als geheel. 

Hoe doe ik dat?

  1. U gebruikt woord en gebaar, u communiceert via uw eigen gedrag
  2. U maakt gebruik van folders, kranten, radio en tv om een groot, maar anoniem publiek te bereiken. U gebruikt massamedia
  3. U maakt gebruik van internet, u communiceert interactief
  4. U werkt met sociale media
  5. U beseft dat ieder medium voor- en nadelen heeft en kiest voor een passende mix of blend
  6. U weet dat u door de eigenschappen van de verschillende media te combineren uiterst effectief en efficiënt kunt communiceren. U denkt multimediaal. 

Meer weten? Zie Begrippen