2.1.2.7.2.1 Duidelijk!

Verduidelijken is het expliciet en concreet benoemen van relevante zaken. Pas als de relevante aspecten helder zijn, kan iemand komen tot een juiste totaalafweging. 

Hoe doe ik dat?

  1. U concretiseert; u vraagt de ander een specifiek voorbeeld te geven van een tot nu toe slechts in algemene termen aangeduid begrip. Bijvoorbeeld: "U zegt 'ik ben er zo ziek van', wat betekent dat precies?" (zie 4.03 Concretiseren)
  2. U denkt hardop; u vertelt de ander welke gedachten zijn verhaal bij u oproept. Zo ziet hij wat er in u omgaat en u kunt uw gedachtegang door hem laten toetsen, corrigeren en aanvullen. Het geeft u ook een denkpauze. Soms zit u vast in een gesprek en weet u even niets meer te zeggen of te vragen. Door hardop alles op een rij te zetten en uw eigen ideeën te vertellen, maakt u een nieuwe opening in het gesprek (zie 4.07 Hardop denken)
  3. U interpreteert; u plaatst het verhaal van de ander in een ander kader of u geeft er een andere betekenis aan door uw gesprekspartner te vragen om zijn verhaal eens in een ander daglicht te zien
  4. U nuanceert; u laat de ander zien dat zijn verhaal meer aspecten bevat dan wat er voor hemzelf sterk op de voorgrond staat. Daarmee kunt u doorbreken dat hij zich aan een enkel punt blijft vastklampen
  5. U confronteert; u gaat nog een stap verder dan bij nuanceren. U wijst op tegenstrijdigheden in gevoelens en ideeën. Mits rustig, veronderstellend en vooral voorzichtig gepresenteerd, kan dit een heilzaam effect hebben. Uw gesprekspartner merkt dat u goed luistert, zijn tegenstrijdigheden opmerkt, maar hem daarom niet afwijst.