2.1.2.7.2.2 Stimuleren

Met stimuleren probeert men de ander te motiveren door te gaan met zijn zoektocht naar de beste oplossing of beslissing. Soms neigt die ander namelijk genoegen te nemen met een makkelijke, maar niet altijd adequate oplossing. Het is dan van belang om de ander te prikkelen om (nog) even verder te denken.

Hoe doe ik dat?

  1. U geeft positieve feedback: u laat merken dat u respect en waardering hebt voor zijn aanpak en voor hetgeen hij tot nu toe heeft bereikt
  2. U benoemt acties van de ander positief, bij voorkeur door ze 'hardop denkend' uit te spreken; gevoelens of ervaringen die de ander als (zeer) negatief ziet, geeft u een positieve betekenis. Na het positieve aspect te hebben vastgesteld, zet u er vervolgens een andere, doorgaans wat negatievere gedachte naast 
  3. U faseert; u stelt een stapsgewijze aanpak voor zodat de ander de tijd krijgt om alles goed op een rijtje te zetten en gaandeweg toe te leven naar het moment van beslissen. 
  4. U mobiliseert steun; u stelt voor dat uw gesprekspartner zijn ideeen bespreekt met anderen, bijvoorbeeld zijn partner of een lotgenoot, alvorens een besluit te nemen. Ook dat schept ruimte voor hem om naar de beslissing toe te leven en om de last van de beslissing met anderen te delen
  5. U versterkt het contact; het contact, dat bepaald wordt door uw betrokkenheid en acceptatie tijdens het gesprek, versterkt u door aan te geven dat u beschikbaar bent voor een volgend gesprek. De ander weet dan dat hij ook in de toekomst kan rekenen op uw steun wat het nemen van de beslissing vergemakkelijkt.