2.4.2.3 Slecht-nieuws

Conflicten escaleren snel als er ergens sprake was van slecht-nieuws dat men over het hoofd heeft gezien. Men dwingt elkaar dan immers tot steeds verdergaande maatregelen. Net als in een echt slecht-nieuwsgesprek hebben gesprekspartners tijd nodig om de informatie tot zich te laten doordringen. Dat vraagt dus om minder overtuigen en meer oog hebben voor de ander. 

Hoe doe ik dat?

  1. U luistert actief naar de bezwaren van de ander. Zo krijgt u een goed beeld van die bezwaren en waarom hij of zij deze bezwaren heeft. Deze kennis kunt u later gebruiken bij het vinden van een oplossing, omdat u dan doeltreffend op zijn argumenten kan ingaan. Door actief te luisteren krijgt u tevens greep op het gespreksverloop. U wordt als het ware de voorzitter van de onderhandelingen
  2. U moedigt uw gesprekspartner aan om zijn bezwaren nog wat meer onder woorden te brengen door door te vragen. Bijvooorbeeld: wat steekt het meest, waar heeft u de meeste moeite mee?
  3. U laat uw gesprekspartner door middel van parafrases en gevoelsreflecties merken dat u zijn opvatting goed heeft gehoord en begrijpt
  4. U gaat in elk geval niet direct in tegen de argumenten van uw gesprekspartner (ja-maar benadering)
  5. U rondt de fase van actief luisteren af met een samenvatting waarin u aangeeft dat u zijn bezwaren heeft begrepen en waarom deze zo belangrijk voor hem zijn
  6. U vervolgt het gesprek pas als het idee heeft dat uw gesprekspartner zijn bezwaren voldoende heeft geuit
  7. brengt in de volgende fase pas uw eigen standpunt naar voren. Een procedure-opmerking die aangeeft dat het nu uw beurt is, maakt deze overstap voor uw gesprekspartner duidelijk.