2.7.1.1 Bouwstenen

De feiten, inzichten en opvattingen in een presentatie moeten door de toehoorders als waar en correct worden ervaren. Dat is eenvoudig als het om zakelijke feiten gaat; in andere gevallen focust men als spreker op geloofwaardigheid.

Hoe doe ik dat?
  1. U sluit aan bij een bestaand referentiekader
  2. U verwijst naar de resultaten van wetenschappelijk onderzoek
  3. U maakt correct gebruik van inzichten, de algemeen geldende regels en verklaringen over de samenhang tussen verschijnselen
  4. U bent expliciet in uw hanteert morele opvattingen, uitspraken over hoe de werkelijkheid behoort te zijn, zodat men weet waar u staat (zie ook: ELO-Denkhulp: waarderingsvragen).