2.7.1.2 Logica

Een goed betoog is logisch. De redenering die de bouwstenen (feiten, inzichten en opvattingen) met elkaar verbindt tot een conclusie, moet men laten voldoen aan de algemeen geldende regels van de redeneerkunst. 

Hoe doe ik dat?
  1. U argumenteert op basis van regelmaat m.b.v deductie; u toont aan dat een algemene regel van toepassing is op een specifiek geval. Bijvoorbeeld:"De gele huid die u heeft, treedt gewoonlijk op bij een leveraandoening"
  2. U argumenteert op basis van regelmaat m.b.v. inductie; u trekt een conclusie op basis van afzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld: "ik heb de afgelopen dagen al een aantal patiënten gezien met dezelfde klachten als u heeft. Het lijkt er dus op dat er een griepepidemie is uitgebroken"
  3. U maakt gebruik van vergelijkingen of analogieen; u veronderstelt dat een bepaald verschijnsel zoveel lijkt op een ander verschijnsel dat er ook dezelfde conclusies over mogen worden getrokken, bijv. de hersenen met een computer
  4. U hanteert oorzakelijk (causale) argumenten, gebaseerd op een algemene wetmatigheid van het type: Als A (de oorzaak) het geval is, dan volgt daaruit dat B (het gevolg) ook het geval is. Deze algemene wetmatigheid wordt toegepast op een specifieke situatie en vormt dan de basis voor een verklaring en vaak ook van een voorspelling
  5. u maakt gebruik van functionele argumenten (finaliteit); u gaat uit van een na te streven doel en benoemt men vervolgens de stappen of activiteiten die nodig of wenselijk zijn om dit doel te bereiken. Bijvoorbeeld: "Als u zwanger wilt worden, dan zult u toch eerst moeten afvallen"
  6. U maakt gebruik van (uw) autoriteit of doet een beroep op een onaantastbare waarheid. Hoewel zo'n argument rationeel gezien niet zo sterk staat, waarom zou de autoriteit gelijk hebben, wordt het beroep op autoriteit door veel professionals veelvuldig gebruikt in presentaties.