2.7.1.4.5 Angst

In voorlichting wijst men vaak op allelrei negatieve gevolgen van bepaald gedrag. Men speelt in op de angst- en schuldgevoelens van de ander. Over het effect hiervan zijn de meningen verdeeld dus het is zaak zorgvuldigheid te betrachten in dezen.

Hoe doe ik dat?
  1. U beseft dat een appèl op angst- en schuldgevoelens de aandacht trekt, maar ook de aanvaarding van uw standpunt kan tegenwerken, zeker als er heftige emoties worden opgewekt. Dat komt in de eerste plaats omdat het appèl leidt tot een negatief oordeel over de gehele situatie en dus ook over het standpunt of het gedrag dat wordt gepropageerd
  2. U weet dat negatieve emoties tot het vermijden van het onderwerp of de situatie leiden. Men wil er gewoon niet meer mee bezig zijn en is niet bereid de aanvaarding van het standpunt of het gedrag nog verder te overwegen. Een appèl op angstgevoelens heeft daarom alleen overtuigingskracht als ze een matig sterke emotie oproepen
  3. U beseft dat de sterkte van de angstprikkel in de boodschap nauwelijks te voorspellen is. Wat de één nauwelijks verontrustend vindt, doet bij een ander de rillingen over de rug lopen. Kortom, het inspelen op angstgevoelens is minder geschikt als overtuigingsmiddel. Een appèl op schuldgevoelens heeft in het algemeen een wat gunstiger effect.