4.16.3 Kwaliteit

Het stellen van vragen is de meest gebruikelijke weg om informatie te verzamelen. De kwaliteit van die informatie is daarmee sterk afhankelijk van de kwaliteit van de gestelde vragen en het is dus zaak de juiste vragen te stellen. 

Hoe doe ik dat? 

  1. U maakt snel onderscheid tussen feiten en meningen m.b.v. zogenaamde journalistieke vragen
  2. U stelt korte en enkelvoudige vragen. Niet: "Voelt u zich nu wat beter of heeft u nog steeds pijn?" Wel: "Hoe is het nu met uw buikpijn?"
  3. U stelt duidelijke vragen: Niet: "Heeft u al nagedacht over de implicaties van deze prognose en de daaruit voortvloeiende therapeutische activiteiten voor uw psychosociale welbevinden?" Wel: "Hoe ziet u de invloed van deze aandoening op uw sociale leven?"
  4. U vermijdt suggestieve vragen: Niet: "U heeft dan zeker ook last van buikpijn?" Wel: "Heeft u nog andere lichamelijke klachten?"
  5. U vermijdt meerkeuze-vragen: Niet: "Is het een stekende of een kloppende pijn?"  Wel: "Kunt u de pijn omschrijven?"
  6. U vermijdt al te confronterende vragen, tenzij zo bedoeld: Niet: "Drinkt u teveel?" Wel: "Hoe is het met uw alcoholgebruik?"
  7. U bent terughoudend met 'Waarom-vragen'. In een dergelijke vraag klinkt al snel een beschuldiging door. Een minder bedreigend alternatief voor de waarom-vraag is: "Wat maakt(e) dat...?"