2.7.2.2 Stemgebruik

Spreekstijl en stemgebruik zijn nauw met elkaar verbonden en dienen dan ook in samenhang te worden gebruikt.

Hoe doe ik dat?
  1. U gebruikt uw stem om kleuring aan uw woorden te geven. Deze kleuring bereikt u door de articulatie, de luidheid (volume), de klank, de intonatie, de snelheid en het ritme. Volume en articulatie zijn vooral belangrijk als u tot een groep mensen praat. Iedereen moet u kunnen horen en uw woorden kunnen verstaan
  2. U gebruikt klank en intonatie om accenten aan te brengen. Niets is zo slaapverwekkend als een monotoon uitgesproken verhaal
  3. U voorkomt dat u gaat ratelen; veel mensen gaan èn sneller èn aan één stuk door praten als ze iets willen uitleggen. Dit geeft zowel de spreker als de toehoorders een jachtig gevoel. Bovendien gaat u over uw eigen woorden struikelen zodat uw de draad kwijt raken. Spreek dus rustig en las regelmatig even een korte pauze in van één à twee seconden
  4. U gebruikt hulpmiddelen; wanneer u een voordracht houdt voor een groot publiek in een grote zaal, dan maakt u meestal gebruik van een geluidsinstallatie om voor iedereen verstaanbaar te kunnen zijn. Gaat u er niet vanuit dat de techniek onfeilbaar is. Een geluidstest vooraf bespaart u vaak een hoop ergernis tijdens uw voordracht.