2.7.7.5 CL-betoog

Een presentatie is doorgaans een betoog en dat betekent dat uiteindelijk vooral de strekking daarvan moet overkomen. 

Hoe doe ik dat?

  1. U baseert zich op redelijke argumenten, maar ook emotionele en relationele overtuigingsmiddelen
  2. U beseft dat redelijkheid berust op de juistheid van de feiten, inzichten of opvattingen waarnaar de redenering verwijst, op de logische geldigheid van het gebruikte denkstappen en op de relevantie van de door u gebruikte argumenten
  3. U speelt in op het gevoel van de luisteraar door gebruik te maken van: het benoemen van de gevolgen van doen en laten, het opbouwen van een climax, het gebruik van koppelverkoop, het beroep op een eigen standpunt van toehoorders, humor, angst en schuldgevoelens en uiteraard het goede voorbeeld geven
  4. U weet dat uw overtuigingskracht vooral schuilt in de mate waarin u overkomt als een geloofwaardig en een sympathiek persoon en of u het verhaal ook weet te brengen.
  5. U weet dat uw geloofwaardigheid vooral afhankelijk is van de deskundige, betrokken, maar tegelijk kritische indruk die u weet te maken
  6. U wekt sympathie door aan te sluiten bij het referentiekader van uw toehoorder(s) en door hun standpunt te respecteren.