1.1.05 Functioneren

  1. Stel in overleg met de medewerker een agenda op voor het gesprek
  2. Stel de doelen vast
  3. Zijn de eerdere afspraken nagekomen?
  4. Laat de ander eerst zichzelf evalueren op hoofdlijnen
  5. Zoom in op punten die u belangrijk vindt
  6. Geef uw beoordeling
  7. Laat de ander reageren, wees ook kritsch ten aanzien van uzelf
  8. Let op uw eigen subjectieve waarneming. ziet u het goed?
  9. Geef alleen commentaar op het functioneren, de prestaties. vermijd kritiek op de gehele persoon
  10. Vergelijk de medewerker niet met collega's
  11. Leg de gemaakte afspraken of de beoordeling vast.

Beantwoord nu de oefenvragen en ga terug naar de lijst met onderwerpen.