2.2.4.1. Verhelderen

Een probleem kan vele gedaanten aannemen. Begin daarom eerst met globaal aan te geven waar de schoen wringt. Het probleem wordt vervolgens verder geanalyseerd m.b.v. diverse bronnen (zoals eigen ervaringen, gesprekken met betrokkenen, notulen, rapporten, cijfermateriaal of onder­zoeksverslagen).

Hoe doe ik dat?
  1. U onderscheidt feiten en meningen van elkaar
  2. U omschrijft gaandeweg het probleem steeds nauwkeuriger en concreter. Vaak zal blijken dat deze omschrijving afwijkt van de eerste globale omschrijving
  3. U maakt gebruik van 'voortschrijdend inzicht' d.w.z. het gaandeweg gesig­naleerde knelpunt kent doorgaans een ander karakter dan aanvankelijk het geval leek
  4. U formuleert als afronding van de probleemanalyse het probleem als één of meer vragen en maakt zo de overgang naar de volgende twee stappen eenvoudiger.