2.2.1.4 Verenigen

Een groep is meer dan een verzameling losse elementen. Het is een taak van iedereen, maar vooral van de voorzitter, om van een aantal individuen een groep te maken. Dat vraagt vooral actie bij (dreigende) conflicten. 
 
Hoe doe ik dat?
  1. U laat stoom afblazen. Geef de (andere) groepsleden de gelegenheid hun ergernissen e.d. te uiten. Pas echter op voor wederzijdse aanvallen en beschuldigingen
  2. U trekt geen partij. Hoe hoger de emoties oplopen, hoe neutraler u zich, al dan niet als voorzitter, dient op te stellen
  3. U houdt vast aan het gemeenschappelijk belang. Bevraag de (andere) groepsleden over hun standpunten zodat de achterliggende belangen helder worden. Zoek de overeenkomsten in deze belangen
  4. U scheidt feiten van meningen. Vraag mensen naar hun mening, maar vraag hen ook op welke feiten en ervaringen deze mening is gebaseerd
  5. U accepteert geen oneigenlijke argumenten of persoonlijke aanvallen. Vooral wederzijdse beschuldigingen en denigrerende opmerkingen zijn funest voor het groepsklimaat
  6. U betrekt alle groepsleden in de discussie. Laat niet toe dat sommige groepsleden de discussie gaan domineren of juist ontlopen
  7. U bewaakt, zeker als voorzitter, de spreektijd en betrekt ook de 'stillen' in het overleg
  8. U zorgt voor gelijkwaardige zitposities voor alle deelnemers. Laat tegenstanders zo mogelijk naast elkaar en niet tegenover elkaar zitten.