2.2.2.3.1.4.1 Stimuleren

Als voorzitter is men terughoudend met eigen inhoudelijke inbreng. Men kan agendapunten inleiden met feitelijke informatie en ook tijdens de discussie hierop aanvullingen geven, maar onthoudt zich van een eigen mening. Men nodigt vooral anderen uit om hun mening te geven. 
 
Hoe doe ik dat?
  1. U luistert actief
  2. U stelt open vragen
  3. U vraagt desgewenst Socratisch door
  4. U verheldert onduidelijkheden
  5. U maakt gevoelsreflecties om de onderstroom te verhelderen
  6. U helpt de groep om zelf zicht te krijgen op mogelijkheden en belemmeringen op weg naar de beste oplossing
  7. U vraagt u telkens af of uw inbreng aangrijpt op het juiste niveau.